Biologische agentia zijn levende micro-organismen en materialen afkomstig van deze organismen, die een infectie, vergiftiging, allergie, kanker, effecten op de ongeboren vrucht of effecten op erfelijk materiaal (mutageen) kunnen veroorzaken.
Voorbeelden van schadelijke materialen afkomstig van
micro-organismen (m.o.) zijn:
In sommige bedrijven en instellingen wordt gericht met biologische agentia gewerkt, bijv. producenten van levensmiddelen (o.a. zuivel, bier, brood) of in (onderzoeks)laboratoria.
Andere relevante omgevingen waar biologische agentia kunnen worden overgedragen:
Of blootstelling aan biologische agentia kan voorkomen moet blijken uit de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E).
Als blootstelling mogelijk is, moeten maatregelen genomen worden om de blootstelling zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken.
Risicogroepen (bepaalde groepen medewerkers die extra gevoelig kunnen zijn voor besmetting met biologische agentia) zijn:
Bij deze groepen is het extra belangrijk om blootstelling te voorkomen. Raadpleeg zo nodig de bedrijfsarts.
Maatregelen moeten worden genomen volgens het Biologisch Arbeidshygiënisch principe, waarbij de volgende voorkeursvolgorde wordt gehanteerd:
De meest effectieve persoonlijke beschermingsmiddelen tegen biologische agentia zijn:
Medewerkers hebben recht op een arbeidsgezondheidskundig onderzoek:
Werkgever biedt (waar mogelijk) vaccinatie aan medewerkers aan die kans lopen op besmetting
Nadere informatie over mogelijke vaccinaties: via SSC HR.
Zijn er nog vragen?
Opmerkingen?
Aanvullingen?
Zie ook Toolbox Tekenbeten
Abomafoon 8.24 Biologische agentia
Nadere informatie over mogelijke vaccinaties: via SSC HR.